Deontologische Code
Preambule
Artikel 2 van de wet van 1 maart 2000 houdende oprichting van het Instituut voor bedrijfsjuristen, hiernagenoemd « Instituut », voorziet dat het Instituut tot taak heeft de deontologische regels van het beroep van bedrijfsjuristen vast te stellen en toe te zien op de naleving ervan.
De deontologische regels van toepassing op de bedrijfsjuristen houden rekening met het specifieke statuut van de bedrijfsjurist en zijn rol in de onderneming. Zij dienen het optimaal functioneren van de bedrijfsjurist te verzekeren en dit zowel binnen als buiten de onderneming.
Artikel 1: Naleven van de regels van toepassing op de bedrijfsjuristen
In zijn functie van bedrijfsjurist respecteert de bedrijfsjurist de wetten, het huishoudelijk reglement en het tuchtreglement opgesteld door het Instituut, de beslissingen van de organen van het Instituut en deze deontologische code.
Artikel 2: Titel van bedrijfsjurist
De titel van bedrijfsjurist werd door de wet van 1 maart 2000 voorbehouden voor personen die de voorwaarden vervullen van artikel 4 van deze wet. De bedrijfsjurist verbindt er zich dan ook toe om zo spoedig mogelijk elk nieuw element dat mogelijkerwijze een invloed kan hebben op zijn statuut van bedrijfsjurist aan het secretariaat van het Instituut mee te delen.
De bedrijfsjurist waakt erover gebruik te maken van zijn titel telkens hij een handeling verricht in zijn hoedanigheid van bedrijfsjurist.
Daarentegen onthoudt de bedrijfsjurist zich van elk abusief gebruik van zijn titel, meer in het bijzonder voor handelingen die behoren tot het privé-leven of tot andere professionele activiteiten.
Artikel 3: Eer en waardigheid
De bedrijfsjurist handelt steeds in overeenstemming met de eer en de waardigheid van het beroep en onthoudt zich van iedere daad of gedrag die het beroep zou kunnen benadelen.
Artikel 4: Intellectuele onafhankelijkheid
De bedrijfsjurist oefent zijn beroep uit in volledige intellectuele onafhankelijkheid. Hij is er zich van bewust dat de waarde van zijn advies berust op een absolute intellectuele objectiviteit en integriteit en hij verbindt er zich toe om deze principes te respecteren wat ook de omstandigheden of invloed moge zijn waaraan hij is onderworpen.
Artikel 5: Uitoefening van het beroep
De bedrijfsjurist is er zich van bewust dat de objectiviteit en de kwaliteit van zijn adviezen afhankelijk zijn van zowel een grondige kennis van het recht als van de onderneming in dewelke hij zijn functie uitoefent en de sector waarin de onderneming zich bevindt. Hij is er zich van bewust dat een voortdurende vorming onontbeerlijk is teneinde hem op de hoogte te houden van alle nieuwe ontwikkelingen die de vennootschap waarin hij zijn functie uitoefent, aanbelangt.
Hij oefent zijn beroep uit met doorzicht, inzet en voorzichtigheid. Hij verdedigt loyaal en te goeder trouw de belangen van zijn onderneming en van de ermee verbonden ondernemingen, en indien hij is tewerkgesteld door een ondernemingsverbond, de belangen van de ondernemingen die lid zijn van dit ondernemingsverbond.
De bedrijfsjurist waakt er over de toepassing van de wet in zijn onderneming te bevorderen. Hiertoe zal hij onverwijld zijn collega’s wijzen op de gevolgen van nieuwe wetgeving die zijn onderneming of de sector waarin zij bedrijvig is, aanbelangt. Bewust van de techniciteit van sommige wetten spant hij zich in om in zijn adviezen en raadgevingen een helder taalgebruik aan te wenden en er zich van te verzekeren dat de draagwijdte van zijn adviezen goed begrepen wordt door de geadresseerden.
Artikel 6: Betrekkingen met het Instituut
De bedrijfsjurist dient er over te waken dat de jaarlijkse lidmaatschapsbijdrage die wordt vastgesteld door de algemene vergadering van het Instituut wordt betaald binnen de vooropgestelde termijn.
De bedrijfsjurist dient de voorzitter van de raad van het Instituut schriftelijk te verwittigen van zodra een gerechtelijke procedure aangespannen wordt tegen hem die in verband staat met zijn beroep of die schade kan berokkenen aan de waardigheid van het beroep.
De bedrijfsjurist dient alle relevante informatie die de raad van het Instituut zou vragen teneinde zijn wettelijke bevoegdheden te kunnen uitoefenen, zo snel mogelijk aan de raad over te maken.
Artikel 7: Betrekkingen tussen bedrijfsjuristen
De bedrijfsjurist bejegent de andere bedrijfsjuristen als confraters. Hij spant zich in om op constructieve wijze de contacten en uitwisseling van ervaring met andere bedrijfsjuristen te bevorderen.
Hij onthoudt zich van het denigreren van andere bedrijfsjuristen. Indien hij van het oordeel is dat een andere bedrijfsjurist deze code niet respecteert, zal hij eerst hem dit schriftelijk of mondeling in vertrouwen meedelen.
Artikel 8: Betrekkingen met andere juridische beroepen
De bedrijfsjurist bejegent de leden van de andere juridische beroepen met hoffelijkheid en respect.
Artikel 9: Vertrouwelijk karakter van de informatie
De bedrijfsjurist eerbiedigt het vertrouwelijk karakter van elke informatie die hem onder deze voorwaarde of omwille van zijn hoedanigheid wordt verstrekt en dit, zowel tijdens de duur van zijn opdracht als na de beëindiging ervan, behalve zo de wet het anders bepaalt.
Artikel 10: Vertrouwelijk karakter van de adviezen
In overeenstemming met de wet zijn de door de bedrijfsjurist verstrekte adviezen, in het kader van zijn functie van juridisch raadsman, ten gunste van zijn onderneming en van de ermee verbonden ondernemingen vertrouwelijk ; de adviezen verstrekt door de bedrijfsjurist van een ondernemingsverbond, in het kader van zijn functie van juridisch raadsman, ten gunste van zijn ondernemingsverbond, en de leden van dit ondernemingsverbond zijn eveneens vertrouwelijk.
De bedrijfsjurist zal er op toezien de gepaste maatregelen te nemen om deze vertrouwelijkheid te bewaren namelijk door binnen zijn onderneming de “Aanbevelingen inzake Vertrouwelijkheid van de adviezen” van het Instituut te bevorderen. De tekst van deze aanbevelingen is bescjikbaar op de pagina Ledennet (enkel beschikbaar voor leden) onder de rubriek "Confidentialiteit".
Ingeval derden handelen of dreigen te handelen op een wijze die een inbreuk zou vormen op de vertrouwelijkheid van de adviezen van een bedrijfsjurist, verbindt deze laatste er zich toe om onmiddellijk het Instituut in te lichten teneinde zich te beraden omtrent de te nemen maatregelen om deze situatie op te lossen.
Artikel 11: Vertrouwelijkheid tussen bedrijfsjuristen
De tussen bedrijfsjuristen uitgewisselde niet-publieke informatie is confidentieel, behoudens andersluidende eenzijdige verklaring of overeenkomst.
De bedrijfsjurist verbindt er zich toe om alle gepaste maatregelen te nemen teneinde deze vertrouwelijkheid binnen zijn onderneming te laten respecteren.
Artikel 12: Vertrouwelijkheid tussen bedrijfsjuristen en andere beroepen
De bedrijfsjurist zal de confidentialiteit eerbiedigen ten opzichte van de leden van de beroepen waarmee het Instituut overeenkomsten betreffende de vertrouwelijkheid van uitgewisselde documenten zou afgesloten hebben[1]. Het Instituut zal voorafgaandelijk zijn leden informeren omtrent het sluiten van dergelijke overeenkomsten.
Goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de leden van het Instituut voor bedrijfsjuristen op 23 juni 2005.
--------------------------------------------------------------------------------
[1] Zelfs indien dergelijke overeenkomst niet bestaat met bepaalde juridische beroepen staat het de bedrijfsjurist vanzelfsprekend vrij om met leden van dergelijke juridische beroepen overeen te komen dat de tussen hen uitgewisselde correspondentie vertrouwelijk is.
DEONTOLOGISCHE CODE.pdf (25kb)